ECLI:NL:RVS:2021:3026
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 februari 2021 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 november 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 30 december 2021 beslist om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat de vreemdelingen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet is beslist. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdelingen, een bedrag van € 748,00, welke geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter verwijst daarbij naar eerdere jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:457).
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.