ECLI:NL:RVS:2021:3014
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering omgevingsvergunning airco-unit in Amsterdam
Hans Anders Nederland B.V. vroeg op 4 februari 2019 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een airco-unit op de uitbouw aan de achtergevel van het gebouw Rijnstraat 45 in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde de vergunning op 23 mei 2019 omdat de airco-unit de maximale bouwhoogte van 2 meter overschreed volgens het bestemmingsplan Rivierenbuurt. Het college baseerde zich op beleidsregels die voorschrijven dat een airco-unit alleen buiten kan worden geplaatst als aantoonbaar is dat inpandige plaatsing niet mogelijk is.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit op bezwaar van 15 januari 2020 wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. De rechtbank vond dat de airco-unit fysiek inpandig geplaatst kon worden en dat het college de vergunning terecht had geweigerd. Hans Anders ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, omdat het college niet heeft onderzocht of bijzondere omstandigheden, zoals de verstoring van hoortesten door trillingen, aanleiding geven om af te wijken van de beleidsregels. De Afdeling vernietigt daarom dat deel van de uitspraak en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen over de omgevingsvergunning voor de airco-unit.