ECLI:NL:RVS:2021:2999
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 november 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 december 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij, waarbij griffier J.W. Prins aanwezig was. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 december 2021. Hiermee is de vreemdeling voorlopig beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.