ECLI:NL:RVS:2021:2993
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling heeft een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke op 13 augustus 2019 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank heeft op 22 november 2021 het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Hiertegen is hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet uitgezet wordt voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gegrond verklaard en bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 24 december 2021 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.