ECLI:NL:RVS:2021:299

Raad van State

Datum uitspraak
15 februari 2021
Publicatiedatum
15 februari 2021
Zaaknummer
202100347/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 22 oktober 2020 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 januari 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht gelijktijdig om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Hierbij is overwogen dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Tevens zijn de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling meegewogen.

Op grond hiervan is besloten het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. De staatssecretaris is niet verplicht gesteld om proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 15 februari 2021.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de rechtbankuitspraak zal worden vernietigd.

Uitspraak

202100347/2/V3.
Datum uitspraak: 15 februari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 12 januari 2021 in zaak nr. NL20.18762 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 12 januari 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.    Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Snijders
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2021
873.