ECLI:NL:RVS:2021:2971
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 24 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie. De beslissing voorkomt dat de vreemdeling wordt uitgezet voordat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld, waardoor zijn rechtspositie wordt beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.