ECLI:NL:RVS:2021:2954
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De vreemdelingen hadden bij besluiten van 9 juli 2021 aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond op 3 december 2021. Hiertegen stelden de vreemdelingen hoger beroep in en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 december 2021 besloten dat de vreemdelingen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdelingen worden gewaarborgd gedurende de procedure. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger, met griffier J.W. Prins.
Uitkomst: Vreemdelingen worden niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.