ECLI:NL:RVS:2021:2920
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor dakopbouw ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland verleende op 27 maart 2019 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw op een perceel te Zuurdijk. Omwonenden, appellanten, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het besluit, onder meer vanwege vermeende schending van artikel 6 EVRM Pro, het relativiteitsvereiste met betrekking tot de Wet natuurbescherming en de beoordeling van welstandseisen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verdedigingsbeginsel niet was geschonden ondanks klachten over verstaanbaarheid tijdens de zitting. Verder werd geoordeeld dat het relativiteitsvereiste terecht werd toegepast, omdat de appellanten geen direct individueel belang hadden bij de bescherming van Natura 2000-gebieden gezien de afstand tot deze gebieden.
Ten aanzien van de welstandseisen werd vastgesteld dat de beoordeling van de te verwachten ontwikkeling ziet op feitelijke omgevingsontwikkelingen en niet op mogelijke toekomstige wijzigingen van de welstandsnota. Het incidenteel hoger beroep van het college verviel omdat de voorwaarde voor behandeling niet was vervuld. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning en wijst het hoger beroep van de omwonenden af.