ECLI:NL:RVS:2021:2806
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 mei 2019 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 14 februari 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 9 april 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Bovendien was een relevante rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een eerdere uitspraak.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak sprak het vonnis uit in het openbaar op 15 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.