ECLI:NL:RVS:2021:2784
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.C.J. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 10 september 2021 niet in behandeling is genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 9 november 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden overgedragen voordat op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek getoetst en geoordeeld dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd.
Gezien de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling en het voorlopig oordeel, is besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling wordt overgedragen en ontvangt geen opvang of verstrekkingen.