ECLI:NL:RVS:2021:2776

Raad van State

Datum uitspraak
9 december 2021
Publicatiedatum
10 december 2021
Zaaknummer
202106630/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen na weigering verblijfsvergunning asielprocedure

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 13 september 2021 geweigerd om de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen in het kader van een asielprocedure. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 13 oktober 2021 ongegrond verklaarde.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Op 26 november 2021 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet meer in behandeling kon worden genomen.

De voorzieningenrechter verklaarde daarom het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 9 december 2021.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat op het hoger beroep reeds is beslist.

Uitspraak

202106630/2/V1.
Datum uitspraak: 9 december 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[de vreemdeling],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris, in het kader van een asielprocedure, geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 13 oktober 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van 26 november 2021 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling beslist. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen.
2.       Het verzoek is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2021
282-988