ECLI:NL:RVS:2021:2731
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 26 juli 2021 een vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 november 2021 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt echter dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring, zoals bepaald in artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Er is geen sprake van een uitzondering op het verbod op hoger beroep, aangezien er geen sprake is van een oneerlijk proces. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd en veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.