ECLI:NL:RVS:2021:2730
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen ophouding vreemdeling voor verhoor
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 27 oktober 2021 een vreemdeling opgehouden voor verhoor op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling heeft tegen deze ophouding beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 10 november 2021 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 tegen een ophouding voor verhoor geen hoger beroep openstaat.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.T. Annen.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de ophouding voor verhoor.