ECLI:NL:RVS:2021:2728
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 4 juni 2021 werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 26 november 2021 ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en tevens om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde op basis van eerdere jurisprudentie dat een dergelijke voorlopige voorziening passend was.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 748,00, welke geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 3 december 2021 door voorzieningenrechter C.M. Wissels.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.