ECLI:NL:RVS:2021:2674
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake toelaatbaarheidsverklaring voortgezet speciaal onderwijs
De zaak betreft het geschil tussen verzoeker en Stichting Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO2801 over de toelaatbaarheidsverklaring voor voortgezet speciaal onderwijs voor de zoon van verzoeker. Na eerdere vernietiging van een besluit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft het samenwerkingsverband in november 2021 het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van oktober 2019 ongegrond verklaard, waarbij het geen toelaatbaarheidsverklaring voor de gehele schoolloopbaan toekent.
Verzoeker betoogt dat het samenwerkingsverband niet heeft voldaan aan de eerdere uitspraak en dat het belang van zijn zoon wordt geschaad. Tevens wijst hij op het recht op onderwijs uit internationale verdragen. Het samenwerkingsverband overlegt een brief van de gemeente Leiden waarin wordt bevestigd dat de individuele begeleiding door Quadraat voor maximaal vijf dagdelen per week voor twee jaar wordt gefinancierd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening, mede omdat de financiering van de begeleiding door de gemeente is verzekerd en er geen onomkeerbare gevolgen zijn. Ook wijst de rechter erop dat het beroep op internationale verdragen een principiële vraag betreft die nader onderzoek vergt en niet geschikt is voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en bevordert dat de bodemzaak in het voorjaar van 2022 wordt behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de bodemzaak wordt bevorderd voor behandeling in het voorjaar van 2022.