ECLI:NL:RVS:2021:2670
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 november 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) een voorlopige voorziening passend is. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van griffier J.W. Prins, waarbij de voorzieningenrechter verhinderd was de uitspraak te ondertekenen. De beslissing biedt de vreemdeling tijdelijke bescherming tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.