ECLI:NL:RVS:2021:2660
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 juli 2021 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 oktober 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat de staatssecretaris de proceskosten van € 748,00 moet vergoeden, die verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer, waarbij de griffier M.T. Annen aanwezig was. De voorzieningenrechter kon de uitspraak niet ondertekenen. De uitspraak werd openbaar gedaan op 26 november 2021.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.