ECLI:NL:RVS:2021:2610

Raad van State

Datum uitspraak
22 november 2021
Publicatiedatum
22 november 2021
Zaaknummer
202106858/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 juli 2021 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 oktober 2021 het beroep gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde, waarbij de rechtsgevolgen van de besluiten geheel in stand bleven.

Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De vreemdelingen verzochten tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.

De voorzieningenrechter heeft op 22 november 2021 besloten een voorlopige voorziening te treffen waarbij de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.

Deze uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter H.G. Sevenster, met griffier N. Tibold.

Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

202106858/2/V2.
Datum uitspraak: 22 november 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling A] en [de vreemdeling B], mede voor hun minderjarige kind, en [de vreemdeling C],
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 26 oktober 2021 in zaak nr. NL21.11195 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 6 juli 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 26 oktober 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 november 2021
853