ECLI:NL:RVS:2021:2596
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over openbaarmaking documenten over hekwerken in Rotterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door appellant sub 2, die informatie wilde verkrijgen over hekwerken die tussen 2000 en 2005 in Rotterdam zijn geplaatst. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verklaarde bij besluiten van 2015 en 2016 dat het niet over de gevraagde documenten beschikte. Appellant stelde dat het college onvoldoende had gezocht en dat documenten onterecht niet openbaar werden gemaakt.
De rechtbank Rotterdam oordeelde in 2020 dat het college onvoldoende had gedaan om de documenten te achterhalen en vernietigde het besluit van 2016. Het college stelde hoger beroep in, evenals appellant incidenteel hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beide hoger beroepen behandeld en geoordeeld dat het college binnen de eigen organisatie voldoende heeft gezocht, maar tekort is geschoten in het zoeken buiten de organisatie, bijvoorbeeld bij andere relevante instanties dan alleen de bewonersvereniging.
De Afdeling bevestigde dat het college niet onwelwillend was en dat het niet aannemelijk was dat de gevraagde documenten nog bestonden. Ook oordeelde de Afdeling dat het college het besluit van 18 augustus 2020 rechtsgeldig heeft genomen en dat het beroep tegen dat besluit ongegrond is. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond.