ECLI:NL:RVS:2021:2595

Raad van State

Datum uitspraak
15 november 2021
Publicatiedatum
17 november 2021
Zaaknummer
202005727/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2018 ambtshalve geweigerd om uitzetting van de vreemdeling achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 15 juli 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag bij uitspraak van 1 oktober 2020 het beroep van de vreemdeling ongegrond.

De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet was beslist. De voorzieningenrechter achtte dit verzoek gegrond en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen.

Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2021 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier M.T. Annen.

Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

202005727/2/V3.
Datum uitspraak: 15 november 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 1 oktober 2020 in zaak nr. 19/5464 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 augustus 2018 heeft de staatssecretaris ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.
Bij besluit van 15 juli 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 1 oktober 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.E. Runhaar, advocaat te Oss, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2021
765