ECLI:NL:RVS:2021:2593
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inzage politiegegevens wegens bescherming politietaak
Appellante verzocht op grond van de Wet politiegegevens om inzage in haar politiegegevens. De korpschef heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels geweigerd, waarbij hij zich beriep op artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wpg, omdat inzage de goede uitvoering van de politietaak zou kunnen schaden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de weigering niet in strijd was met het recht, mede gelet op de bescherming van onderzoeksstrategieën en methodieken van de politie. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Zij overwoog dat het verlenen van inzage zou kunnen leiden tot het onthullen van politieonderzoeken en -methoden, wat toekomstige onderzoeken zou kunnen frustreren en daarmee de politietaak zou schaden. Tevens oordeelde de Afdeling dat er geen strijd is met artikel 1 Grondwet Pro en artikel 6 en Pro 8 EVRM.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van inzage in politiegegevens bevestigd.