Uitspraak
Datum uitspraak: 17 november 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Op 23 mei 2019 ontving het college van burgemeester en wethouders van Gennep een aangifte van emigratie van appellant, waarin een Braziliaans adres als nieuw verblijfadres werd opgegeven. Het college verwerkte deze aangifte op 28 mei 2019 in de basisregistratie personen (brp) en stuurde een bevestiging van uitschrijving naar het Braziliaanse adres. Appellant maakte bezwaar tegen deze uitschrijving en wilde ingeschreven blijven op een adres in Gennep. Het college verklaarde het bezwaar op 2 september 2019 ongegrond.
De rechtbank Limburg oordeelde dat de uitschrijving een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het rechtsgevolgen heeft. Het college mocht ervan uitgaan dat appellant zelf de aangifte had gedaan, omdat appellant dit niet aannemelijk had tegengesproken. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de uitschrijving een besluit is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de uitschrijving wel degelijk rechtsgevolgen heeft, omdat bestuursorganen op basis daarvan moeten aannemen dat appellant niet langer in Gennep woont. Dit is een rechtsgevolg dat kwalificeert als een besluit in de zin van de Awb. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitschrijving uit de basisregistratie personen wordt bevestigd.