ECLI:NL:RVS:2021:2568
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering volledige inzage politiegegevens wegens bescherming derden
Appellante verzocht de korpschef van politie om inzage in en verstrekking van door de politie verwerkte persoonsgegevens van haar en haar twee zoons. De korpschef verstrekte een overzicht en gaf inzage op het politiebureau, maar onthield namen van verbalisanten en gegevens die herleidbaar zijn naar derden. Appellante betwistte deze weigering en stelde dat het overzicht onvolledig was.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef voldoende had gemotiveerd waarom bepaalde gegevens niet werden verstrekt. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling overwoog dat het recht op inzage niet absoluut is en kan worden beperkt om zwaarder wegende belangen zoals de bescherming van derden te waarborgen.
De gegevens die zijn onthouden betreffen voornamelijk informatie over derden en passages van gesprekken met derden, die herleidbaar zijn tot individuele personen. De korpschef hoefde niet per gegeven te motiveren waarom inzage werd geweigerd vanwege de gelijksoortigheid van deze gegevens. Verder achtte de Afdeling het niet ongeloofwaardig dat er geen aanvullende registraties zijn, ondanks de door appellante genoemde incidenten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot volledige inzage in politiegegevens bevestigd.