ECLI:NL:RVS:2021:254
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor arbeidsmigrantenhuisvesting in detailhandelsbestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen weigerde op 14 december 2017 een omgevingsvergunning voor het ombouwen van een kantoorruimte tot huisvesting voor maximaal vijf arbeidsmigranten aan de begane grond van een pand met de bestemming 'Detailhandel'. Het bestemmingsplan staat wonen op de begane grond slechts in ondergeschikte mate toe. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat de beoogde woonfunctie niet ondergeschikt is aan de detailhandelsfunctie, ongeacht de tijdelijke aard van de bewoning. Het college heeft het besluit gebaseerd op het gemeentelijk interim-beleid dat kwalitatieve basisvoorwaarden stelt, waaronder het behoud van detailhandel in de plint en voldoende parkeergelegenheid. De Raad vindt dat het college dit beleid redelijk heeft toegepast en dat de ruimtelijke impact van het initiatief groot is.
Appellante voerde aan dat het college onredelijk is door vast te houden aan het beleid ondanks winkelleegstand en dat er sprake is van ongelijke behandeling omdat elders vergunningen zijn verleend voor soortgelijke huisvesting. De Raad oordeelt dat de situaties verschillen en dat het college zich redelijk heeft opgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.