ECLI:NL:RVS:2021:2533
Raad van State
- Wraking
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende vooringenomenheid bij bespreking hoger beroep
Verzoekster heeft bij de Raad van State een wrakingsverzoek ingediend tegen staatsraad Uylenburg, voorzitter van de meervoudige kamer die haar hoger beroep behandelde. Zij stelde dat de staatsraad vooringenomen was geraakt door de wijze waarop de zitting van 25 oktober 2021 verliep, waarbij de bespreking beperkt bleef tot haar procesbelang vanwege haar verhuizing. Volgens verzoekster was deze focus onterecht, omdat het Verdrag van Aarhus aan iedereen inspraak garandeert en de procedure daarom breder had moeten worden besproken.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wrakingsverzoek op 9 november 2021 behandeld en de staatsraad gehoord. De Afdeling overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Verzoekster moest aannemelijk maken dat er zodanige omstandigheden waren, maar dit is niet gelukt.
De betrokkenheid van de staatsraad bij een eerdere uitspraak uit 2015, die volgens verzoekster achterhaald zou zijn door een arrest van het Hof van Justitie in 2021, vormt geen aanwijzing voor vooringenomenheid. De Afdeling benadrukte dat rechtspraak kan evolueren en dat het aan de zittingskamer is om te bepalen welke vragen ter zitting worden gesteld. Verzoekster heeft voldoende gelegenheid gekregen haar standpunten toe te lichten.
Daarom concludeerde de Afdeling dat geen feiten of omstandigheden aanwezig zijn die de rechterlijke onpartijdigheid schaden. Het wrakingsverzoek werd afgewezen en de uitspraak werd op 12 november 2021 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad Uylenburg wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.