ECLI:NL:RVS:2021:2522
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 oktober 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 748,00, moet vergoeden. De voorzieningenrechter baseerde zich onder meer op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457).
De uitspraak werd gedaan op 11 november 2021 en is openbaar. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen, wat door de griffier werd bevestigd. De beslissing biedt de vreemdeling tijdelijke bescherming tegen uitzetting en waarborgt zijn toegang tot rechtsbijstand tijdens de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.