ECLI:NL:RVS:2021:2511
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen afschaffing contante betaling in bus wegens AVG
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) van zijn verzoek om handhavend op te treden tegen Connexxion vanwege het afschaffen van contante betaling in bussen sinds 1 juli 2018. Appellant stelt dat deze maatregel in strijd is met zijn recht op privéleven en dat de verwerking van persoonsgegevens niet rechtmatig is.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat er sprake is van een vervoerovereenkomst tussen reiziger en vervoerder, en dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is voor de uitvoering daarvan. De maatregel is gericht op het verbeteren van de veiligheid van chauffeurs en reizigers, een gerechtvaardigd doel. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de verwerking beperkt is tot de noodzakelijke gegevens, waarbij gebruik wordt gemaakt van PAN Masking.
Appellant voerde aan dat er geen vrije toestemming is vanwege de monopolistische positie van Connexxion en dat het doel van de maatregel onvoldoende concreet is. De Afdeling wijst dit af en stelt dat het begrip overeenkomst in de AVG naar nationaal recht moet worden uitgelegd en dat de veiligheid een gerechtvaardigd en duidelijk omschreven doel is. Ook is de maatregel proportioneel, gezien alternatieven zoals anonieme OV-chipkaarten en vooraf gekochte kaartjes.
Het beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De AP hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.