ECLI:NL:RVS:2021:25
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank in hoger beroep vreemdelingenbewaring met toekenning proceskosten
Bij besluit van 6 november 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank bij de vaststelling van de proceskostenvergoeding ten onrechte was uitgegaan van twee punten, terwijl volgens de toepasselijke regelgeving een zitting op 1 december 2020 als een nadere zitting anders dan na tussenuitspraak moet worden beschouwd, waarvoor een hogere puntentoekenning geldt. Hierdoor werd de proceskostenvergoeding onjuist vastgesteld.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar vond geen aanleiding om het beroep alsnog toe te wijzen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, begroot op €1.869,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.