ECLI:NL:RVS:2021:2454
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap
Bij besluit van 28 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van verzoeker ingetrokken. Verzoeker stelde dat deze intrekking ertoe leidt dat hij als vreemdeling wordt beschouwd en zijn Unieburgerschap verliest, met als gevolg een terugkeerbesluit en inreisverbod zonder geldige grondslag. Tevens heeft verzoeker een verzoek om internationale bescherming ingediend.
Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de rechtsgevolgen van de intrekking opschort totdat op het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris betoogde dat er geen spoedeisend belang is, mede omdat verzoeker gedetineerd is en voorlopig niet wordt uitgezet vanwege een voorzienbaar risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft aangetoond dat opschorting rechtvaardigt, mede omdat hij niet direct wordt bedreigd met uitzetting en de vreemdelingenrechtelijke procedures geen onmiddellijke gevolgen hebben zolang hij gedetineerd blijft. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de intrekking van het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.