ECLI:NL:RVS:2021:2433
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor wormenkwekerij wegens strijd met bestemmingsplan en structuurvisie
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder verleende op 9 januari 2018 een omgevingsvergunning aan appellant voor het uitbreiden van een loods en het gebruiken van een deel daarvan voor een wormenkwekerij op een perceel dat eerder als akkerbouwbedrijf werd gebruikt. Later werd deze vergunning deels herroepen vanwege strijd met het bestemmingsplan en het niet voldoen aan richtlijnen voor geur en geluid.
Appellant voerde aan dat het gebruik van het perceel als wormenkwekerij al sinds 1996 bestond en dat het college hem niet voldoende gelegenheid had gegeven om nader te onderbouwen waarom het gebruik ruimtelijk aanvaardbaar is. Tevens stelde appellant dat het gebruik beschermd zou zijn door overgangsrechtelijke bepalingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college beleidsruimte heeft bij het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning en dat het college terecht heeft gewezen op de strijd met het bestemmingsplan, de richtafstanden uit de VNG-brochure en de Structuurvisie 2025 die solitaire bedrijvigheid nabij woonwijken niet wenselijk acht.
Verder concludeert de Afdeling dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het gebruik van de wormenkwekerij ononderbroken en ongewijzigd is voortgezet sinds de relevante peildatum, mede omdat de kwekerij in 2007 werd verplaatst naar een ander gebouw. Hierdoor is het beroep op het overgangsrecht niet geslaagd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, waarbij het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de wormenkwekerij wegens strijd met het bestemmingsplan en onvoldoende onderbouwing van overgangsrecht.