ECLI:NL:RVS:2021:239
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor niet-melding ongewoon voorval biomassacentrale
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde MPD Holding B.V. een last onder dwangsom op omdat zij niet zo spoedig mogelijk een ongewoon voorval in de biomassacentrale aan de Knuttelweg 10 te Ede zou hebben gemeld, zoals vereist volgens artikel 17.2 van de Wet milieubeheer. MPD betwistte dat zij als drijver van de inrichting kan worden aangemerkt, aangezien de feitelijke exploitatie door Bio Energie Ede Noord B.V. wordt uitgevoerd.
Na behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening concludeerde de voorzieningenrechter dat MPD Holding B.V. niet zonder nadere feiten als overtreder kan worden beschouwd, omdat Bio Energie Noord verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken en de melding van het incident heeft gedaan. De voorzieningenrechter besloot daarom de besluiten van 2 april en 13 november 2020 te schorsen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan MPD Holding B.V. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in de bodemprocedure, waarin nader onderzoek zal plaatsvinden naar de feitelijke zeggenschap over de biomassacentrale.
Uitkomst: De besluiten tot oplegging van de last onder dwangsom aan MPD Holding B.V. worden geschorst wegens onduidelijkheid over de feitelijke drijverschap van de biomassacentrale.