ECLI:NL:RVS:2021:2365
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 31 augustus 2021 ongegrond. Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 26 oktober 2021 door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt, waarbij de griffier J.W. Prins aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.