ECLI:NL:RVS:2021:235
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen en toekenning opvang en verstrekkingen
Bij besluiten van 7 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2020 de beroepen ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De vreemdelingen verzochten om niet uitgezet te worden voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en heeft de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdelingen tijdens de procedure beschermd.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.