ECLI:NL:RVS:2021:2336
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring ondanks medische problematiek en woonproblemen
Appellant heeft in mei 2019 een urgentieverklaring aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Almere vanwege ernstige medische problemen en een ongeschikte woonsituatie. Hij had spierafbraak, verlammingsverschijnselen en hoofdpijn, en woonde in een vochtige, kleine bergruimte met schimmel. Het college wees de aanvraag in juli 2019 af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld, maar deze werden ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende had gereageerd op passende woningen en dat de medische verklaringen onvoldoende inzicht gaven in de belemmeringen. In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk had gereageerd op geschikte woningen en dat het college hem had moeten laten keuren door de GGD. Ook stelde hij dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege zijn situatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant weliswaar op veel woningen had gereageerd, maar niet aannemelijk had gemaakt dat hij op alle geschikte woningen had gereageerd, zoals kamers op de begane grond of met lift. De medische verklaringen gaven onvoldoende duidelijkheid over de aard en belemmeringen van zijn problematiek. De hardheidsclausule was niet van toepassing omdat niet was aangetoond dat toepassing van de verordening tot onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de motieven. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.