ECLI:NL:RVS:2021:228
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 mei 2019 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en de aanvraag tot verlenging afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond op 11 december 2020. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor de vreemdeling niet mag worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, waaronder de kosten van rechtsbijstand en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet, met griffier A.M. van Meurs-Heuvel, op 3 februari 2021.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.