ECLI:NL:RVS:2021:2205
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 22 januari 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag op 27 juli 2021 het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 4 oktober 2021, in aanwezigheid van griffier S. Bechinka.
Uitkomst: De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.