ECLI:NL:RVS:2021:2199
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming geheim inlichtingenverzoek in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de oplegging van een vergrijpboete van €500 aan appellant sub 1 centraal wegens het niet voldoen aan verplichtingen uit de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. De kwestie betreft het weigeren van volledige inzage in een Zweeds inlichtingenverzoek en bijbehorende e-mailcorrespondentie tussen Zweedse en Nederlandse belastingautoriteiten.
De minister verzocht om beperking van kennisneming van deze stukken vanwege het belang van vertrouwelijkheid van interstatelijke correspondentie, verwijzend naar mogelijke negatieve gevolgen voor de Nederlandse belastingheffing en internationale betrekkingen. De Afdeling heeft de stukken ingezien en gewogen dat het belang van de minister zwaarder weegt dan het belang van appellant sub 1 om volledige inzage te krijgen.
De Afdeling benadrukte dat de kerninformatie, zoals de naam van de belastingplichtige en het fiscale doel, reeds aan appellant sub 1 is verstrekt. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht werd het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen om het algemeen belang en de internationale vertrouwelijkheid te waarborgen.
Uitkomst: Het verzoek van de minister tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen.