ECLI:NL:RVS:2021:2164
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verwerkingsverbod BSN in btw-identificatienummer
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legde de minister van Financiën een verbod op om het burgerservicenummer (BSN) te verwerken in het btw-identificatienummer van zelfstandigen zonder personeel, met ingang van 1 januari 2020. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de Belastingdienst ook in andere referentienummers het BSN verwerkt, en dat het verbod ruimer had moeten zijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen belanghebbende was. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel belanghebbende is, onder meer omdat zijn oude btw-identificatienummer nog wordt verwerkt door de Belastingdienst en andere partijen, en dat de rechtbank ten onrechte het belang van de verwerkingsverantwoordelijke niet meeweegt.
De Raad van State oordeelt dat appellant geen rechtstreeks belang heeft bij het verwerkingsverbod, omdat dit alleen aan de minister is opgelegd en niet ziet op verwerking van oude nummers of verwerking door andere organisaties. De vraag wie verwerkingsverantwoordelijke is, is niet relevant voor de belanghebbendheid. Appellant kan zich richten tot de AP voor handhaving tegen andere verwerkingen. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.