ECLI:NL:RVS:2021:2103
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling heeft op 17 mei 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 augustus 2021 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand liet.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen en bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek een bedrag van € 748,00 dat volledig toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 21 september 2021 door de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.