ECLI:NL:RVS:2021:2074
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang bij verkeerd aanbieden van afvalstoffen in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 11 december 2020 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een ondergrondse container was aangetroffen. Het college stelde dat appellant de doos verkeerd had aangeboden, omdat een klein doosje met een adreslabel van appellant in de doos zat.
Appellant betwist dat de doos van hem afkomstig is en stelt dat hij begin december zijn juwelierswinkel had opgeruimd en een kratje met spullen naast zijn winkel had neergezet, dat mogelijk door iemand anders is meegenomen en later het doosje naast de container is geplaatst. Hij voert aan dat hij een contract heeft voor het ophalen van bedrijfsafval via een rolcontainer.
De Raad van State overweegt dat op grond van vaste rechtspraak degene tot wie afval kan worden herleid als overtreder geldt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt omdat hij zijn stellingen niet met bewijs heeft onderbouwd, zoals een aangifte van diefstal. Het college heeft appellant terecht als overtreder aangemerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.