ECLI:NL:RVS:2021:2057
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering onjuiste gegevens
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok bij besluit van 23 maart 2020 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in en legde een inreisverbod op. Dit was gebaseerd op het vermeende verstrekken van onjuiste geboortedatumgegevens. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet deugdelijk had gemotiveerd dat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt. Tijdens de asielprocedure was de staatssecretaris immers al op de hoogte van een afwijkend paspoort en visum met een andere geboortedatum, maar had desalniettemin de vergunning verleend op basis van de opgegeven geboortedatum. Tevens was onvoldoende onderzocht of de vergunning bij bekendheid met de juiste gegevens wel zou zijn verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het intrekkingsbesluit en het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris moet bij een eventuele nieuwe intrekking een betere motivering geven, waarbij ook wordt beoordeeld of de vergunning bij juiste gegevens zou zijn verleend. De proceskosten van de vreemdeling worden vergoed, maar griffierechten zijn niet aan de orde.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.