ECLI:NL:RVS:2021:2035
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning mestbassin wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldig besluitvormingsproces
Het college van burgemeester en wethouders van Oldambt verleende op 8 augustus 2018 een omgevingsvergunning aan Melkveebedrijf de Waarhoek voor het realiseren van een folie-mestbassin met hekwerk. Vereniging Dorpsbelangen Nieuw-Scheemda en ’t Waar maakte bezwaar tegen het besluit vanwege onzorgvuldigheden en onvoldoende inhoudelijke onderbouwing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het college onvoldoende had onderbouwd waarom het mestbassin niet op het bouwperceel Hoofdweg West 6 te Nieuwolda kon worden geplaatst en waarom het hekwerk niet in een donkere kleurstelling was geborgd. Het college diende dit gebrek binnen 16 weken te herstellen.
Het college motiveerde dat milieuhygiënische belemmeringen en verkeersoverlast plaatsing op het bouwperceel onmogelijk maken, en dat het hekwerk in een donkere kleur moest worden uitgevoerd. De Vereniging betwistte deze motivering en stelde dat plaatsing op het bouwperceel wel degelijk mogelijk is en dat het college onvoldoende had aangetoond dat aan de voorwaarden uit de Omgevingsverordening was voldaan.
De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom plaatsing ten oosten van de stallen niet mogelijk is en dat het standpunt over verkeersoverlast onvoldoende was onderbouwd. De nadere motivering voldoet daarmee niet aan de tussenuitspraak. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college vernietigd, en het college opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor het mestbassin wordt vernietigd en het college moet opnieuw beslissen.