ECLI:NL:RVS:2021:2000
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor verbreding uitweg wegens strijd met APV en gelijkheidsbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn weigerde op 23 april 2018 een omgevingsvergunning voor het veranderen van een uitweg op een perceel in Apeldoorn. De uitweg was reeds veranderd zonder vergunning, met een verbreding van de oprit tot 9 meter, geschikt voor drie auto's. Het college beriep zich op artikel 2.12 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Beleidsregels uitwegen 2012, waarbij de bruikbaarheid van de weg en het behoud van groenvoorzieningen centraal stonden.
De rechtbank Gelderland vernietigde het bezwaarbesluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de vergunning in redelijkheid kon weigeren omdat het vervangen van een groene berm door grind de bruikbaarheid van de weg nadelig beïnvloedt en het perceel niet breed genoeg is voor een tweede uitweg volgens het beleid.
Appellant voerde aan dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde omdat vergelijkbare gevallen in de wijk Berg en Bos wel vergunningen hadden gekregen. De Raad van State stelde vast dat de genoemde gevallen niet vergelijkbaar waren omdat deze percelen breder waren dan 25 meter of hoekpercelen betroffen, en dat eerdere vergunningen soms onterecht waren verleend. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde daarom.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.