ECLI:NL:RVS:2021:197
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 8 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 januari 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen. De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie een voorlopige voorziening passend is.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 2 februari 2021 door mr. H.J.M. Baldinger, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.