ECLI:NL:RVS:2021:1935
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 juli 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 30 augustus 2021 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand door een derde, tot een bedrag van € 748,00 moet vergoeden.
Deze beslissing is genomen op basis van de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter C.C.W. Lange en griffier J.W. Prins.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.