ECLI:NL:RVS:2021:1891
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage leerlingenvervoer ondanks gewijzigde financiële situatie na scheiding
Appellante vroeg leerlingenvervoer voor haar kinderen naar de Petrus Dondersschool in Den Haag voor het schooljaar 2018-2019. Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar kende dit toe, maar stelde een eigen bijdrage van €530 per kind vast op basis van het gezamenlijke inkomen in peiljaar 2016.
Appellante maakte bezwaar tegen de eigen bijdrage, waarbij de bezwaarcommissie adviseerde de hardheidsclausule toe te passen vanwege haar gewijzigde financiële situatie na een voorgenomen scheiding. Het college wees het bezwaar af en de rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat het college redelijk handelde en dat de situatie geen bijzondere omstandigheden opleverde om af te wijken van de verordening.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onjuist had geoordeeld, onder meer omdat zij de noodzakelijkheid van het leerlingenvervoer en haar gewijzigde financiële situatie onvoldoende had meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de hardheidsclausule niet verplicht was toe te passen en dat de omstandigheden van appellante geen bijzondere omstandigheden vormden. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college terecht een eigen bijdrage heeft opgelegd voor leerlingenvervoer ondanks de gewijzigde financiële situatie van appellante.