ECLI:NL:RVS:2021:188
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens niet aannemelijk gemaakte psychische schade bij vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die aanvankelijk onterecht werd afgewezen en pas na bijna drie jaar werd ingewilligd. Hij stelde dat hij hierdoor psychische schade had geleden en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de vreemdeling niet duidelijk had gemaakt welke schade hij had geleden en onvoldoende concrete gegevens had aangevoerd om het bestaan van geestelijk letsel aan te tonen.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat bij langdurige onzekerheid spanning en frustratie als grond voor immateriële schadevergoeding worden verondersteld, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling. De Afdeling overwoog echter dat deze veronderstelling alleen geldt bij overschrijding van de redelijke termijn voor de procedurebeslechting, hetgeen hier niet het geval was.
De Afdeling concludeerde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij psychische schade had geleden en verwierp het hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wordt bevestigd.