ECLI:NL:RVS:2021:184
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning na ontdekking drugslaboratorium
Het hoger beroep betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van een woning door de burgemeester van Weert, nadat in een schuur een drugslaboratorium was ontdekt en geëxplodeerd. De voorzieningenrechter heeft het besluit van 13 oktober 2020 en het eerdere besluit van 28 mei 2020 geschorst.
De rechter overwoog dat de rechtsvragen niet geschikt zijn voor een kortsluiting of voorlopig oordeel over rechtmatigheid. Sinds de explosie zijn 13 maanden verstreken, waardoor het signaal aan het criminele circuit minder urgent is dan bij onmiddellijke sluiting. Ook is het gevaar van herhaling niet acuut omdat de schuur nog niet is hersteld.
Het belang van verzoeker om in de woning te blijven is groot, omdat hij de woning permanent bewoont, geen alternatieve woonruimte heeft, zijn bedrijf slecht loopt en bij sluiting ontbinding van de huur dreigt. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van de burgemeester bij onmiddellijke uitvoering van het besluit.
De voorzieningenrechter veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd mondeling gedaan op 28 januari 2021.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst in afwachting van de hoofdzaak.