ECLI:NL:RVS:2021:1817
Raad van State
- Wraking
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.J. Borman
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraden wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid
Verzoeker heeft bij de Raad van State een wrakingsverzoek ingediend tegen de staatsraden E. Steendijk, P.H.A. Knol en G.M.H. Hoogvliet, die belast waren met de behandeling van zijn zaak. Hij stelde dat de staatsraden onpartijdigheidsschending pleegden door het zonder deugdelijke motivering afwijzen van verzoeken tot het horen van getuigen, het stellen van prejudiciële vragen en het opvragen van stukken, alsmede door het ongemotiveerd afwijzen van een verzoek tot uitstel vanwege een nieuwe gemachtigde.
De staatsraden hebben schriftelijke reacties ingediend waarin zij onder meer stelden dat de verzoeken ter zitting nader besproken konden worden en dat er geen nauwe banden bestonden met lokale advocatenorganisaties. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro, waarbij wordt uitgegaan van de vermoede onpartijdigheid van rechters tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk worden gemaakt.
De Afdeling oordeelde dat de door verzoeker aangevoerde omstandigheden, zoals het verleden van staatsraad Hoogvliet als advocaat en het verleden van staatsraad Knol als rechter in Amsterdam, geen uitzonderlijke omstandigheden vormen die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Bovendien zijn de aangevochten processuele beslissingen niet geschikt voor wraking tenzij sprake is van flagrante schendingen van fundamentele rechtsbeginselen, hetgeen hier niet het geval was.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen en is vastgesteld dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de rechterlijke onpartijdigheid schaden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de staatsraden is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.