ECLI:NL:RVS:2021:1717
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 5 januari 2021 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 6 juli 2021 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg het verzoek om internationale bescherming binnen een week in behandeling te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te kennen, waardoor de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 2 augustus 2021 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier A.A. Snijders.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.